TWIL #59: Van Buurman tot Het Goede Leven

TWIL #59: Van Buurman tot Het Goede Leven

Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.

Het is mijn manier om mijn gedachten te ordenen. Niet om volledig te zijn.
Alleen om iets beter te kijken.


Deze week gebeurden er twee dingen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden.

Aan het begin van de week was ik bij de uitvaart van mijn buurman.

Terwijl ik naar de verhalen luisterde, kwam er een gedachte bij me op:

hij stond niet op de zeepkist,
hij bouwde hem.

Dat typeert hem eigenlijk perfect.

Geen wereldreizen.
Geen grote ambities.
Geen indrukwekkende verhalen.

Maar wel een crematorium dat vol zat met mensen die van hem hielden. En in alle verhalen kwam steeds hetzelfde gevoel terug: hij had een goed leven gehad.

Niet spectaculair.
Maar goed.

Ik merkte dat ik daar een beetje jaloers op werd.
Niet op wat hij had bereikt, maar op de rust die uit zijn leven leek te spreken.

Een paar dagen later zat ik op het Veluwecongres. En daar viel ineens een woord dat ik niet direct op zo’n plek had verwacht: eudemonisme.

Een oud Grieks idee over het goede leven.

En ergens tijdens dat verhaal klikte er iets. Omdat dat woord eigenlijk probeerde te beschrijven wat ik een paar dagen eerder bij die uitvaart had gevoeld. Sindsdien ben ik er een beetje in aan het rondneuzen.

Een oud woord voor een goed leven

Het woord komt van het Griekse eudaimonia. Het bestaat uit twee Griekse termen, namelijk eu ("goed") en daimon ("innerlijke geest"). Vaak vertaald als “geluk”, maar dat is eigenlijk te smal. Filosofen gebruiken het meer voor iets als:

  • menselijk bloeien
  • een geslaagd leven
  • goed leven in brede zin
Aristoteles

Het begrip komt vooral uit het werk van Aristoteles (mijn favoriete klassieke denker), bijvoorbeeld in Nicomachean Ethics (4e eeuw v.Chr.).

Zijn startvraag is verrassend simpel:

Waar doen we alles eigenlijk voor?

We streven naar dingen zoals: geld, succes, kennis en vriendschap... Maar volgens Aristoteles zijn dat middelen. Uiteindelijk zoeken we iets dat op zichzelf waardevol is.

Dat noemt hij eudaimonia.
Niet een moment van geluk.
Maar een leven dat klopt.

Volgens Aristoteles ontstaat eudaimonia door karakterontwikkeling. Hij spreekt over deugden. Niet als morele regels, maar als menselijke kwaliteiten die je ontwikkelt.

Bijvoorbeeld moed, rechtvaardigheid, wijsheid en zelfbeheersing.

Zijn idee is vrij praktisch:

  • gedrag wordt gewoonte
  • gewoonten vormen karakter
  • en karakter vormt uiteindelijk een leven

Een goed leven ontstaat dus langzaam.
Door kleine keuzes die zich opstapelen.

Toen ik dat las moest ik weer denken aan mijn buurman. Niet omdat hij bewust aan zijn karakter werkte, maar omdat zijn leven eigenlijk uit precies dat soort kleine handelingen bestond.

Even helpen.
Even luisteren.
Even aanwezig zijn.

Epicurus: misschien moet het minder groot

Toen kwam ik bij Epicurus (341–270 v.Chr.) terecht. En die keek er eigenlijk heel anders naar.

Volgens hem worden mensen vaak ongelukkig omdat ze te veel willen. Hij verdeelde verlangens in drie categorieën:

  1. Natuurlijk en noodzakelijk: eten, onderdak en vriendschap
  2. Natuurlijk maar niet noodzakelijk: luxe en comfort
  3. Leeg of kunstmatig: macht, status en roem

Volgens Epicurus raken mensen vooral verstrikt in die laatste categorie.

Zijn idee van een goed leven is opvallend eenvoudig:

  • goede vrienden
  • rust in je hoofd
  • eenvoudige genoegens
  • weinig angst

Geen grootsheid nodig.

Toen ik dat las vroeg ik me af hoeveel van onze onrust eigenlijk ontstaat doordat we dingen najagen die we niet echt nodig hebben.

De stoïcijnen: een praktisch onderscheid

Daarna kwam ik bij de stoïcijnen terecht. Het stoicisme is tegenwoordig heel populair. Filosofen zoals Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius.

Seneca.

Hun filosofie draait om een onderscheid dat eigenlijk heel helder is. Er zijn twee categorieën dingen in het leven:

  1. Binnen je controle: je keuzes, je houding, je reacties en je karakter
  2. Buiten je controle: succes, reputatie, wat anderen van je vinden, gebeurtenissen in de wereld

Veel frustratie ontstaat wanneer we proberen de tweede categorie te sturen.

Hun advies is dan ook heel eenvoudig: richt je energie op wat binnen je invloed ligt.

Toen ik dat las merkte ik dat ik me begon af te vragen hoeveel energie ik eigenlijk besteed aan dingen waar ik geen controle over heb. Ik ben iemand die graag mooie dingen maakt met leuke mensen. Projecten, ideeën, plekken die ergens betekenis krijgen. Dat geeft energie.

Maar in dat soort processen speelt ook altijd iets anders mee.

Niet alleen het eindresultaat.

Ook het proces.

Een opmerking.
Een kritische vraag.
Een compliment.

Ik merk dat ik daar gevoelig voor ben.

Je kunt je werk doen.
Je intentie kiezen.
Je houding bepalen.

Maar wat anderen ervan vinden, dat ligt ergens buiten dat gebied.

En terwijl ik dat las dacht ik: misschien zit daar wel een interessant spanningsveld.

Tussen iets willen maken dat ertoe doet,
en loslaten wat anderen daar uiteindelijk van vinden.

Want tegelijk merk ik ook dat een mening, een gedachte van iemand anders, voor mij juist waarde heeft.

Niet als oordeel waar ik van afhankelijk wil zijn.

Maar als iets dat het denken scherper maakt.
Als een perspectief dat ik zelf misschien nog niet had gezien.

Nietzsche: misschien moet het juist schuren

En ergens onderweg kwam ik ook Nietzsche tegen.

Hij keek kritisch naar filosofieën zoals die van Aristoteles, die het goede leven vaak beschrijven als iets dat ontstaat door balans, karakter en harmonie. Volgens Nietzsche maken zulke ideeën het leven misschien wel te netjes.

Te harmonieus.
Te rustig.

Voor hem hoeft een goed leven niet in balans te zijn. Het kan ook ontstaan door intensiteit, creativiteit, risico en jezelf telkens opnieuw uitvinden.

Waar Aristoteles zegt: ontwikkel wie je in potentie bent, lijkt Nietzsche eerder te zeggen: schep wie je nog kunt worden.

Niet zozeer balans, maar beweging.

En ergens herken ik dat ook wel.

De momenten waarop ik steeds bezig ben met nieuwe ideeën ontwikkelen, met nieuwe kennis en uitdagingen.
Zoeken naar iets dat er nog niet was.

Maar tegelijk zit het goede leven voor mij ook ergens anders.

Aan tafel met dierbare mensen.
Een rustig gesprek.
Een moment waarop niets hoeft.

Misschien zit het goede leven juist in de afwisseling tussen die twee.

Tussen rust
en beweging.

Verschillende routes

Wat me fascineert terwijl ik hier een beetje doorheen lees, is dat al deze filosofen eigenlijk met dezelfde vraag bezig zijn.

Wat maakt een leven goed?

En hun antwoorden lopen behoorlijk uiteen.

  • Aristoteles → ontwikkel karakter
  • Epicurus → vereenvoudig verlangens
  • Stoïcijnen → accepteer wat je niet controleert
  • Nietzsche → leef intens en schep jezelf

Vier verschillende routes, die elkaar ook kruisen. Het zijn geen antwoorden, maar manieren om naar een leven te kijken.

Toen ik daar op dat congres zat moest ik weer denken aan de uitvaart van mijn buurman.

Hij had waarschijnlijk nooit iets van Aristoteles gelezen.
Of van Epicurus.
Of van Nietzsche.

Maar ergens voelde het alsof hij gewoon zijn eigen versie had gevonden.

En misschien is dat ook het mooie van dit idee.

Dat er geen universeel recept bestaat voor een goed leven.

Iedereen lijkt zijn eigen route te zoeken.

Soms via karakter.
Soms via eenvoud.
Soms via innerlijke rust.
Soms via intensiteit.

En af en toe kom je iemand tegen bij wie het voelt alsof die route, hoe die er ook uitzag, ergens goed is uitgekomen.