TWIL #60: Van Verborgen Stuwwal tot Indicatorplanten

TWIL #60: Van Verborgen Stuwwal tot Indicatorplanten

Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.


De onzichtbare stuwwal

Soms kom je een kaart tegen waardoor je ineens weer anders naar het landschap kijkt. Dat gebeurde toen ik een kaart van Nederland met de stuwwallen bekeek, voor een presentatie over de Noord-Veluwe...

En toen viel iets op.

Die stuwwal ligt niet alleen onder de Veluwe. Hij loopt bijna over de hele breedte van Nederland. Van de Utrechtse Heuvelrug via de Veluwe richting Duitsland, dat wist ik... Maar hij loopt ook naar het westen, tot in Noord-Holland.

Alleen: daar zie je hem niet meer.

Op de Veluwe werd het landschap omhooggeduwd tot heuvels.
In Noord-Holland gebeurde het tegenovergestelde.

Daar schuurde het ijs diepe bekkens uit. Later werden die gevuld met water, veen en uiteindelijk polders. Denk aan het gebied rond het IJ en de oude meren die later droogmakerijen werden, zoals de Beemster en de Schermer. Het landschap werd vlak, maar onder dat vlakke land ligt nog steeds dezelfde ijstijdstructuur als onder de Veluwe.

Een stuwwal die we bijna nergens meer zien.

En dat maakt het eigenlijk nog interessanter, want zijn er plekken waar het landschap hem toch nog verraadt? Jazeker, kennelijk in Wieringen.

Stuwwal op Wieringen. Je ziet hem vooral in de glooiing van het landschap. Ik hoop niet dat de lokale VVV dit als belangrijkste attractie promoot.

Het verhaal van een beschaving

Soms kom je een schilderij tegen dat voelt alsof er een heel verhaal achter zit.

Deze week gebeurde dat bij mij met een werk van de Amerikaanse schilder Thomas Cole. Op het eerste gezicht is het een landschap: een baai, een steile berg, mist boven het water. Jagende figuren trekken door de bossen. Een kano glijdt door de rivier.

Het voelt als het begin van iets.
Alsof je kijkt naar een wereld die net wakker wordt.

Pas later ontdekte ik dat het schilderij helemaal niet op zichzelf staat. Het is het eerste deel van een serie van vijf schilderijen: The Course of Empire.

En ineens verandert wat je ziet.

Want in alle vijf schilderijen staat exact hetzelfde landschap centraal.
Dezelfde berg.
Dezelfde baai.
Dezelfde kustlijn.

Alleen de tijd beweegt.

Met die tijd groeit een beschaving…
tot ze uiteindelijk weer verdwijnt.

Het is alsof je eeuwen geschiedenis ziet samengeperst in vijf momenten.

Zelfs het daglicht doet mee. Van dageraad naar nacht.

The Savage State

Dageraad — geboorte van een beschaving

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5b/Cole_Thomas_The_Course_of_Empire_The_Savage_State_1836.jpg

In het eerste schilderij is de natuur nog overweldigend. Mist hangt boven het water, bossen bedekken de heuvels. Kleine groepen jagers trekken met speren door het landschap.

De mens is aanwezig, maar nog nauwelijks zichtbaar in het geheel.

Het voelt als een beginpunt.
Een wereld waarin beschaving nog moet ontstaan.

The Arcadian or Pastoral State

Ochtend — harmonie tussen mens en natuur

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/8/8c/Cole_Thomas_The_Course_of_Empire_The_Arcadian_or_Pastoral_State_1836.jpg

In het volgende schilderij verandert het landschap subtiel.

Er verschijnen velden langs de rivier. Herders leiden schapen. Boeren werken op het land. Op de heuvels staan kleine tempels.
De mens begint het landschap te ordenen.
Niet te overheersen, maar wel vorm te geven.

Een samenleving ontstaat.

The Consummation of Empire

Middag — het hoogtepunt van macht

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/1a/Cole_Thomas_The_Consummation_The_Course_of_the_Empire_1836.jpg

In het derde schilderij is het landschap nauwelijks nog te herkennen.
De baai is veranderd in een enorme stad van marmer. Bruggen overspannen het water. Paleizen en tempels vullen de kustlijn. Schepen liggen in de haven.

Mensen vieren feest langs de kades.

Het rijk lijkt onaantastbaar.
Rijk. Machtig. Op zijn hoogtepunt.

Destruction

Zonsondergang — de val van het rijk

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/64/Cole_Thomas_The_Course_of_Empire_Destruction_1836.jpg

En dan kantelt het.
De stad staat in brand. Bruggen storten in. Soldaten vechten tussen de gebouwen. Schepen botsen in de haven.

Waar eerst feesten waren, heerst chaos.
Een standbeeld dat ooit trots over de stad uitkeek wordt omvergetrokken.

De zon zakt.... de nacht komt.

Desolation

Nacht — stilte na het einde

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/77/Cole_Thomas_The_Course_of_Empire_Desolation_1836.jpg

In het laatste schilderij zijn eeuwen voorbij.
De stad is verdwenen. Alleen ruïnes steken nog uit het water. Overwoekerd door planten. De baai ligt weer stil onder het maanlicht.

De natuur neemt langzaam alles terug.
En toch staat één ding er nog steeds: de berg.
Precies zoals in het eerste schilderij.

Toen Thomas Cole deze serie schilderde, rond 1830, veranderde Amerika razendsnel. Bossen werden gekapt, nieuwe steden groeiden, het land breidde zich steeds verder uit naar het westen.

Voor veel mensen voelde dat als vooruitgang.
Cole keek daar met een andere blik naar.

Als landschapschilder was hij diep onder de indruk van de Amerikaanse natuur. In The Course of Empire lijkt hij bijna een vraag te stellen: wat gebeurt er als beschavingen steeds groter worden, maar het landschap steeds kleiner?

Beschavingen groeien.
Bereiken hun hoogtepunt.
En verdwijnen weer.

Het landschap blijft.


Planten als geschiedenisboeken

Wat ik mooi vind aan die gedachte is dat je die geschiedenis soms ook in het echt kunt tegenkomen.

Niet in ruïnes of monumenten.
Maar gewoon in planten.

Ecologen noemen zulke soorten indicator species: planten of dieren die iets verraden over de omstandigheden of geschiedenis van een plek.

Als je weet waar je op moet letten, verandert een wandeling een beetje in lezen.

Blauwe boshyacinten en oude bossen

In Engeland kleuren sommige bossen in het voorjaar ineens blauw door blauwe boshyacinten (Hyacinthoides non-scripta).

Mooi om te zien. Maar voor botanici is het ook een aanwijzing, want deze bloemen verspreiden zich namelijk heel langzaam. Hun zaden vallen meestal vlak naast de moederplant. Daardoor duurt het vaak eeuwen voordat ze een bosbodem volledig koloniseren.

Zie je dus een bos vol blue bells, dan is de kans groot dat daar al heel lang bos staat. In Groot-Brittannië noemen ze zulke plekken ancient woodland: bossen die minstens sinds 1600 onafgebroken bestaan.

'Ancient woodland'

De bloemen vertellen dus niet alleen dat het lente is.
Ze vertellen ook iets over de leeftijd van het landschap.

Korstmossen en de lucht

Een heel ander voorbeeld zijn korstmossen. Die kleine grijze of gelige vlekken op bomen, stenen of oude muren. Vaak vallen ze nauwelijks op, of worden ze gezien als een teken van slecht onderhoud.

Maar korstmossen zijn verrassend gevoelig voor luchtvervuiling.

In de twintigste eeuw verdwenen veel soorten bijna volledig uit industriesteden door zwaveldioxide uit fabrieken en verkeer. Toen de lucht schoner werd, begonnen sommige soorten langzaam terug te keren. Daarom gebruiken ecologen korstmossen vaak als indicator voor luchtkwaliteit.

Ze zijn ook biologisch bijzonder. Wat eruitziet als één organisme, blijkt eigenlijk een samenwerking te zijn tussen twee levensvormen: een schimmel en een alg (of soms een cyanobacterie). Samen vormen ze één geheel. Een symbiose.

Dus de volgende keer dat je een muur of grafsteen ziet met korstmos, kun je er ook anders naar kijken. Niet als verval, maar als een perfect samenwerkingsproject. En adem daarna gerust even diep in, want de lucht is heerlijk.