TWIL #69: Van Miet Pauw tot Brutus

TWIL #69: Van Miet Pauw tot Brutus

Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.


Twee keer ging ze: Miet Pauw

Ik ben bezig met een project waar ik nog niet veel over kan zeggen. Maar in dat proces stuitte ik op een naam die ik niet meer kon loslaten: Miet Pauw.

Ze was zestien jaar oud en woonde in Hoogstraten, vlak bij de Belgisch-Nederlandse grens, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Aan die grens hadden de Duitsers de dodendraad gespannen: een elektrische versperring van zo'n 2000 volt, dwars door het landschap. Aan de andere kant lag neutraal Nederland. En in de streek bestond al een netwerk van smokkelroutes, dat tijdens de oorlog ook werd gebruikt om mensen over te zetten.

De grens met de dodendraad (Nationaal Archief)

Hoe Miet precies in dat netwerk belandde, weten we niet. Wat we weten: ze deed het. Ze bracht rekruten, brieven en spionageberichten over de grens. Jonge mannen die naar Engeland wilden. Berichten die het front moesten bereiken.

Ze werd gevat. Een jongen stuurde haar een dankbrief vanuit Engeland. Die brief werd onderschept. Elf maanden gevangenis. Als beloning kreeg ze na de oorlog iets uitzonderlijks: kiesrecht, op een moment dat de meeste vrouwen in België dat nog tientallen jaren zouden moeten wachten.

Na de oorlog trouwde ze met een postbode die iedereen "Pauwke" noemde, en zo werd Maria Verhoeven Miet Pauw. Textielwinkeltje in Baarle-Hertog, acht kinderen.

Twintig jaar later stond ze er opnieuw. Tweede oorlog, opnieuw bezetting. Ze hielp vluchtelingen, onderduikers, joden en krijgsgevangenen aan schuiladressen. En ze werd een schakel in de pilotenlijn: een geheim netwerk dat neergeschoten Britse en Amerikaanse vliegeniers via Frankrijk en Spanje terugbracht naar Engeland. De winkel was haar dekmantel.

Op 8 september 1944 werd ze gewaarschuwd dat er onheil op komst was. Ze bleef. De volgende ochtend viel de deur in. Ze werd samen met twee marechaussees gearresteerd, naar Breda gebracht, en gefusilleerd.

Wat me bijblijft is de herhaling. Twee oorlogen, twee keer opnieuw beginnen. Miet Pauw had na die eerste gevangenschap alle reden gehad om te zeggen: nooit meer. Ze zei het niet.

"Deze oorlog zou wel eens mijn laatste kunnen zijn," zei ze.
Ze wist het dus.
Ze ging toch.


Ook gij, Brutus. Maar wie was hij?

Ik kijk Rome opnieuw op HBO. Heerlijk. Brutus zit door de hele serie heen, maar in één aflevering viel er iets: zijn link met zijn voorvader.

Tobias Menzies als Marcus Junius Brutus in Rome

Voor de meeste mensen is Brutus vooral één ding: de man die Caesar vermoordde. De vriend met het mes. "Ook gij, Brutus?" Maar wie was hij eigenlijk, en waarom deed hij het? Ik kende dat verhaal niet goed genoeg. Dus ik dook erin. En wat ik vond was interessanter dan het verhaal zelf.

Laten we beginnen bij die voorvader.

Lucius Junius Brutus

Lucius Junius Brutus was de semi-legendarische stichter van de Romeinse republiek, traditioneel één van de eerste consuls in 509 voor Christus. Het verhaal gaat zo: de zoon van de laatste koning verkrachtte een adellijke vrouw, Lucretia. Zij doodde zichzelf. Lucius greep het dolk uit haar borst, zwoer wraak, verdreef de koningen en stichtte de republiek.

Als eerste consul deed hij meteen drie dingen:

  • Hij liet het volk zweren nooit meer een koning te accepteren.
  • Hij vulde de senaat aan met vertrouwde mannen.
  • Toen zijn eigen zonen een complot smeedden om de koningen terug te brengen, liet hij hen onthoofden.

Mooi verhaal. Maar: de Romeinse archieven werden in 390 voor Christus vernietigd toen Gallische troepen Rome plunderden. Wat overbleef zijn verhalen die honderden jaren later werden opgeschreven, door mensen die meer gaven om een goed verhaal dan om feiten. De held waarvan Marcus Brutus beweerde af te stammen, bestaat misschien grotendeels in de verbeelding. En de afstamming zelf klopte hoogstwaarschijnlijk niet eens: Lucius Brutus was een patriciër, terwijl Marcus en zijn familie plebejers waren.

De Galliërs beklimmen het Capitool (ca. 1900) - Henri-Paul Motte

In Rome deed niemand moeilijk over zulke details. Je afkomst oppoetsen was volkssport. Maar het verhaal werkte.

Als muntmeester liet Marcus munten slaan met het gezicht van zijn voorvader Lucius aan de ene kant, en de godin Libertas aan de andere. Hij droeg zijn afkomst letterlijk mee in zijn zak. En op de muren van Rome verscheen graffiti: "Brutus, slaap je?", "Jij bent geen afstammeling van Hem."

Want Caesar had zichzelf dictator voor het leven laten benoemen. Eén man die de dienst uitmaakte. Zoals de koningen van vroeger. Zoals het verhaal van vijf eeuwen terug.

Op 15 maart 44 voor Christus liep Caesar naar een senaatsvergadering. Hij was gewaarschuwd door een waarzegger. Hij lachte hem uit. Binnen trokken de samenzweerders hun dolken. Caesar werd 23 keer gestoken.

Of hij nog iets zei, weten we niet.
"Ook gij, Brutus?" komt van Shakespeare, uit 1599.

Geen enkele antieke bron heeft het. De oudste bron, Suetonius, meer dan 150 jaar later, schrijft dat Caesar zich in het Grieks tot Brutus wendde: "Ook jij, mijn zoon?"

Geen vraag.
Een constatering.
In het Grieks.

We weten dus niet of hij iets zei... en eigenlijk ook niet zeker of hij Caesar heeft gestoken. De kans is wel groot dat hij aanwezig was.

De moord op Caesar (1804) - Vincenzo Camuccini

Mythes hoeven niet waar te zijn om echt te werken.
Ze hoeven alleen goed verteld te worden.