TWIL #75: Van Cambrische Explosie tot Wu Zetian's Portret
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
De stilte voor de explosie
Het begon met een artikel op BNR over de allereerste dieren op aarde, en al na een paar zinnen was ik verkocht. Ik klikte door, las verder, en kwam terecht in een wereld die ik nog niet goed genoeg kende.
Stel je een ondiepe zee voor, ruim 570 miljoen jaar geleden. Geen geluid, geen beweging die ergens haast bij heeft. Op de bodem staat van alles overeind, zacht wiegend in de stroming, als een tuin onder water.
Dat is het Ediacarium, en dit zijn de eerste grote dieren van de aarde.

Ze horen bij de Ediacara-fauna, genoemd naar een heuvelreeks in Australië waar de eerste afdrukken werden gevonden. Ze leefden ongeveer 635 tot 539 miljoen jaar geleden, lang voor er ook maar iets met een ruggengraat bestond.
Het waren zachte, vormeloze wezens. Geen ogen, geen bek, geen kop. Ze lieten geen botten na, alleen afdrukken in steen.
Sommige waren zo raar dat je ze zo voor een plant zou aanzien:
- bladachtige wezens die rechtop op de zeebodem stonden, op een soort stokje
- platte, gewatteerde dingen die als een deken op de bodem lagen
- ringvormige en spiraalvormige afdrukken die nergens op lijken
Het bijzonderste was de sfeer van die wereld. Geen roofdieren, geen jacht, geen wedloop. Paleontologen noemen het soms de tuin van Ediacara, een zee vol leven dat elkaar grotendeels met rust liet.
En juist in die rust gebeurde er weinig.
Seks is duur
De reden daarvoor is dat deze dieren zich ongeslachtelijk voortplantten. Geen partner, geen vermenging, gewoon kopieën van jezelf maken. Een beetje zoals bacteriën die zich in tweeën delen.
Dat is logisch, want seks is duur. Je moet een partner vinden, het kost tijd en energie, en je geeft maar de helft van je genen door.
Maar je krijgt er iets onbetaalbaars voor terug: nakomelingen die net even anders zijn dan jij. En precies die verschillen heeft evolutie nodig om mee te werken. Zonder variatie, in de woorden van een geïnterviewde bioloog, heeft evolutie gewoon niet zoveel te doen.
De explosie
Hoe veranderde dat dan? Dat is gebeurd in de Cambrische explosie. Dat klinkt als een snelle verandering, maar het duurde toch zo'n 20 miljoen jaar. Voor ons tergend langzaam, maar op de schaal van de planeet heel erg snel.
In die 'korte' periode werden alle bouwplannen ontwikkeld waar dieren tot op de dag van vandaag gebruik van maken. Ogen, poten, skeletten.

Bij de website van Naturalis legde ze het mooi uit. Hier is namelijk een recept voor nodig om dit te laten gebeuren. En zij deelden een gedachte die wel logisch klinkt.
Wat heb je nodig voor zo'n explosie van leven?
- Algen voor zuurstof
Eerst de basis. Je hebt een grote bak water nodig met veel verschillende plekjes: licht en donker, zand en rots, diep en ondiep, zodat dieren zich aan allerlei omgevingen kunnen aanpassen. Daarbij genoeg algen, want die maken met zonlicht de zuurstof die actieve dieren nodig hebben om te bewegen. - Een voor- en een achterkant
Dan een goed lijf. Sommige Ediacara-dieren hadden al een verrassend handig kenmerk. Bij Dickinsonia, een soort rare blob met rimpels, loopt er een middellijn door het lichaam: de ene helft is het spiegelbeeld van de andere. Dat klinkt klein, maar het betekent een voor- en een achterkant. Met zo'n lichaamsbouw kan een dier makkelijker een richting kiezen om naartoe te bewegen. - Kalk voor botten
En toen het beslissende ingrediënt: kalk. Aan het begin van het Cambrium kwam er veel kalk uit afgebroken rotsen in zee terecht. Dieren wilden er eerst juist van af, maar dat laagje kalk aan de buitenkant bleek de zachte delen van het dier te beschermen, en zo ontstonden levensvormen met harde skeletten.
Daarmee kwam de wedloop op gang:
- Aan skeletten kunnen spieren hechten, dus dieren bewegen zelf naar hun eten toe
- Sommige gaan achter andere dieren aan, de eerste echte jagers
- Prooien ontwikkelen pantsers en stekels om zich te beschermen
- Roofdieren passen zich weer aan op die trucs
Eten of gegeten worden bleek een ongelofelijke motor. Mogelijk duurde de explosie wel 80 miljoen jaar, en ging het ontstaan van dieren veel geleidelijker dan men eerst dacht. Een explosie in de geologie is iets anders dan een explosie in onze beleving.
De tijdlijn die me bijbleef
Maar het stuk dat echt bleef hangen, vond ik later in een tijdlijn van de aarde. Niet die ene explosie, maar wat er daarna telkens weer gebeurde: massa-extincties, waarbij een groot deel van al het leven verdween.

Het percentage links is het aandeel soorten dat uitstierf:
- Ordovicium: 85 procent
- Devoon: 70 procent
- Perm: 95 procent
- Trias: 85 procent
- K-T, het einde van de dinosauriërs: 80 procent
Lees die rij nog eens. Vijf keer is het leven op aarde bijna helemaal opnieuw begonnen.
En wij merken er niets van. Niet omdat het mild was, maar omdat het zich afspeelt over miljoenen jaren, een tempo dat een mensenleven niet kan voelen. Voor ons is de aarde stabiel en oud en af.
In werkelijkheid is ze constant aan het itereren. Bouwen, bijna alles wegvegen, opnieuw bouwen met wat overblijft.
Onze blik op tijd houdt ons als mens voor de gek. We zien een rustige planeet, maar dat komt doordat we toevallig tussen twee grote schokken in leven. De aarde is geen achtergrond. Ze is een werkplaats die nooit echt klaar is.
Het gezicht dat steeds verandert
Tijdens een videocall met een vriend zag ik een boek in zijn kast staan: iets over Wu Zetian. De naam bleef hangen, en wat me daarna pakte was niet haar leven, maar haar gezicht. Dat blijkt namelijk geen vast gegeven.
Even kort: Wu Zetian (624–705) was de enige vrouw die in de Chinese geschiedenis officieel regeerde als keizer. Van concubine tot heerser van een eigen dynastie, op haar zestigste. Maar daarover een andere keer meer.
Wat me nu fascineert is dit: er bestaat geen enkel betrouwbaar portret van haar uit haar eigen tijd. We weten niet hoe ze eruitzag. Elk "portret" toont dus niet háár, maar wat een tijdperk over haar dacht.
Heel vroeger: streng, hard, bijna mannelijk. Confucianistische historici zagen haar als usurpator, een vrouw die de orde schond. Geen portret, maar een oordeel: zo hoort een vrouw die de troon grijpt eruit te zien.


Vroeger: zachter, mooi volgens de regels van die tijd. Naarmate de afkeer sleet, kreeg ze ronde, volle, vrouwelijke trekken, het schoonheidsideaal van het oude China. Vriendelijker, maar nog steeds een masker.


Nu: slank, mooi naar óns ideaalbeeld. Film en tv maken van haar een romantische heldin, gespeeld door beroemde actrices. Sympathiek wordt vanzelf knap, en knap betekent vandaag: slank en modern.


Daar zit een adder, al krijg ik hem niet vast. Een portret heeft altijd een boodschap, maar deze gaat me te veel over haar uiterlijk: lelijk toen, mooi nu. Waar zijn de tekens van macht, van wat ze deed? Mannen worden ook geframed, maar dan vaker óver hun macht; bij haar wordt het uiterlijk zélf de boodschap. Al heb ik het dan zelf ook over uiterlijk. Ik weet het niet.
Hoe ze van schurk naar sterke leider kantelde, volgt vast later een keer...