TWIL #79: Van Bizarre Wapens tot SAS
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Hoe een tandarts de vleermuis tot wapen promoveerde
Ik zat laatst weer een podcast te luisteren over de drones in Oekraïne, en het is eigenlijk bizar snel oorlogsvoering onder druk verandert. Bijna elke week een nieuw trucje, een nieuwe tegenmaatregel, een nieuw stukje techniek dat het slagveld op zijn kop zet.
Dat maakte me nieuwsgierig naar het verleden. Als oorlog nu al zo experimenteel is, wat hebben legers dan ooit eerder bedacht toen niemand nog wist wat wel en niet zou werken?
Ik dook in bizarre militaire projecten uit de vorige eeuw. Vijf ervan bleven echt hangen.
Project Pigeon

B.F. Skinner, de gedragspsycholoog die we kennen van zijn experimenten met beloning en straf, bedacht tijdens de Tweede Wereldoorlog een geleid bomsysteem met duiven erin. De vogels waren getraind om op een doelbeeld te pikken. Die pikbewegingen stuurden via sensoren de vinnen van de bom aan, zodat het wapen zichzelf naar het doel toe corrigeerde.
In tests werkte het verrassend goed.
Toch trok het leger de financiering in. Niet omdat het niet functioneerde, maar omdat niemand een wapensysteem met duiven serieus wilde presenteren aan het thuisfront.
Bat Bombs, oftewel Project X-Ray

Een tandarts kwam op het idee om duizenden vleermuizen, elk met een klein brandbommetje, boven Japanse steden te droppen. De vleermuizen zouden zich verstoppen in daken en zolders, meestal gemaakt van hout en papier, en daar hun lading tot ontploffing brengen.
Die tandarts bestond echt, en heette Dr. Lytle "Doc" Adams, uit Irwin, Pennsylvania. Hij was op vakantie in New Mexico en zag daar miljoenen vleermuizen tegelijk uit de grot stromen. Diezelfde dag hoorde hij op de radio het nieuws over Pearl Harbor. Die twee dingen smolten samen tot één idee: bewapen de vleermuizen.
Adams had toevallig een streepje voor bij het Witte Huis, dankzij een eerdere uitvinding die hij aan Eleanor Roosevelt had laten zien. Zo kwam zijn plan bij Roosevelt terecht, die er nuchter op reageerde: deze man is niet gek, het klinkt wild maar is het onderzoeken waard.
En dus werd het serieus onderzocht, met budget en een heus team. Tijdens een testrun ging het mis. Een aantal vleermuizen ontsnapte en stak per ongeluk een Amerikaanse legerbasis in New Mexico in brand.
Na miljoenen dollars aan ontwikkeling werd het project stopgezet. De atoombom was inmiddels sneller klaar, en dat won het van vliegende brandstichters.
Acoustic Kitty
De CIA implanteerde tijdens de Koude Oorlog een microfoon en zender in een kat, met het idee dat het dier gesprekken zou kunnen afluisteren rond Sovjetambassades. Het kostte naar verluidt miljoenen dollars aan ontwikkeling.
Bij de allereerste praktijktest liep de kat de straat op. Ze werd prompt aangereden door een taxi, en het project werd ter plekke beëindigd.
Project Habakkuk

Groot-Brittannië onderzocht serieus of je vliegdekschepen kon bouwen van pykrete, een mengsel van ijs en houtpulp dat sterker is en minder snel smelt dan gewoon ijs. Er werd zelfs een prototype van bijna twintig meter gebouwd in Canada.

De wetenschap erachter klopte, dat was het gekke.
Toch werd het idee losgelaten. De kosten en de logistiek van een oorlogsschip dat je constant moet blijven koelen, bleken uiteindelijk te veel gevraagd.
Gay Bomb
In de jaren negentig onderzocht het Amerikaanse leger op papier de mogelijkheid van een chemisch wapen dat vijandelijke troepen onweerstaanbaar aantrekkelijk voor elkaar zou maken. Het idee was om moraal en discipline te ontwrichten zonder fysieke schade toe te brengen.
Het bleef een voorstel in een la. Pas jaren later kwam het aan het licht via een Freedom of Information-verzoek, tot hilariteit van bijna iedereen die het las.
Wat me na dit uitstapje vooral bijblijft: elk van deze projecten leek op het moment zelf logisch genoeg om er geld en tijd in te steken. Pas achteraf, met afstand, wordt iets absurd.
Nieuwsgierig zijn en een gek idee even serieus overwegen, dat kan bijna nooit kwaad. Maar ergens tussen "laten we dit onderzoeken" en "hier zijn miljoenen dollars en een legerbasis" gaat het mis.
Special Air Service

Deze week zat ik naar Rogue Heroes te kijken, de serie over het ontstaan van de SAS, en daar zit een detail in dat me echt verraste. De naam "Special Air Service" bestond namelijk al vóórdat de eenheid zelf bestond.
Niet als grap of toeval, maar als bewuste truc.
De naam kwam van Dudley Clarke, een Britse officier die verantwoordelijk was voor misleidingsoperaties in het Midden-Oosten. Clarke had een fictieve "1st SAS Brigade" verzonnen: een grote luchtlandingsmacht die op papier bestond, compleet met rapporten en geruchten, maar in werkelijkheid nergens te vinden was. Het doel was dat Duitse en Italiaanse inlichtingendiensten zouden geloven dat er een imposante Britse troepenmacht in Noord-Afrika klaarstond.

Een compleet leger, opgebouwd uit niets anders dan papierwerk en een overtuigende naam.
Toen David Stirling in 1941 zijn eigen kleine sabotage-eenheid oprichtte, een handvol mannen die achter vijandelijke linies moest opereren, kreeg die eenheid de naam "L Detachment, Special Air Service Brigade". Dat "L Detachment" verwees naar Clarkes niet-bestaande brigade. Voor de vijand leek het een klein onderdeeltje van iets veel groters. In werkelijkheid was het precies andersom: dit groepje was alles wat er was.
Die naam overleefde de truc en werd de eenheid zelf.
Dudley Clarke zelf is trouwens een verhaal apart. Hij wordt gezien als de bedenker van het hele Britse commando-concept, na een gesprek met Churchill vlak na de terugtrekking uit Duinkerken. Als hoofd van "A" Force ontwikkelde hij daarna een heel arsenaal aan misleidingstechnieken:
- nepvoertuigen en opblaasbare tanks om troepenbewegingen te faken
- dubbelagenten die bewust foute informatie doorspeelden
- complete fictieve legereenheden, met eigen radioverkeer en administratie

Die technieken bleven niet steken bij de SAS. Delen van Clarkes aanpak werden later hergebruikt in Operatie Bodyguard, de grootschalige misleidingscampagne rond D-Day in 1944.
De SAS droeg een naam die was gebouwd op niets, en groeide daarna uit tot een van de meest gerespecteerde eenheden ter wereld. Soms is de leugen alleen geloofwaardig genoeg om echt te worden.