TWIL #81: Van Getijden tot Menhirs
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Waarom de zee nooit op dezelfde plek blijft
We zijn nog steeds in Bretagne, en wat me opvalt tijdens onze wandelingen langs de kust is hoe verschillend eb en vloed zich per plek gedragen. Het ene strand ligt bij laagtij honderden meters droog, terwijl een baaitje verderop nauwelijks verandert. Zelfde kust, zelfde dag, compleet ander ritme.
Dus ben ik gaan uitzoeken wat hier eigenlijk aan de hand is.
Het simpele verhaal is natuurlijk dat de maan aan het water trekt. Maar dat klopt maar half. Er ontstaan niet één maar twee bulten water: één aan de kant die naar de maan wijst, en één er precies tegenover. Dat komt doordat aarde en maan om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Vandaar twee keer eb en twee keer vloed per dag.
De zon doet ook mee, maar zwakker: zo’n veertig procent van de invloed van de maan. Staan zon en maan op één lijn, bij nieuwe of volle maan, dan versterken ze elkaar en krijg je springtij. Staan ze haaks op elkaar, bij half maan, dan krijg je doodtij, met kleinere verschillen.
Lang dachten wetenschappers dat je getijden simpelweg kon berekenen met Newtons zwaartekrachtformules. Pas Laplace, eind achttiende eeuw, snapte dat oceanen niet gewoon meebewegen met de maan, maar als een trage golf reageren die wordt vervormd door kustlijnen en de draaiing van de aarde. Vandaar dat getijden overal anders zijn, ook al zit er maar een paar kilometer tussen twee stranden.

Een paar dingen die bleven hangen:
- Een getijdendag duurt geen vierentwintig uur, maar ongeveer vierentwintig uur en vijftig minuten, omdat de maan zelf ook om de aarde draait. Daardoor schuift hoogwater elke dag zo’n vijftig minuten op.
• Er bestaan amfidromische punten, waar getijden elkaar precies opheffen en het water nauwelijks beweegt, terwijl honderden kilometers verderop het verschil huizenhoog is.
• Zeevaarders gebruikten tot diep in de twintigste eeuw mechanische tide-predicting machines, vol tandwielen die elk apart maan, zon en kustvorm nabootsten.
• De grootste getijverschillen ter wereld zitten in de Bay of Fundy in Canada, tot zestien meter, nog meer dan bij Mont Saint-Michel hier vlakbij.

Getijden voelen als iets vanzelfsprekends, iets wat de natuur er even bij doet. Maar erachter zit een berekening die eeuwen kostte, en die verklaart waarom de zee hier nooit twee keer hetzelfde verhaal vertelt.
De menhirs van Cairn

Eerder deze week stonden we tussen de menhirs van Carnac. Rijen en rijen rechtopstaande stenen, sommige hoger dan een mens, die zich uitstrekken over kilometers. Ik liep er doorheen en moest onvermijdelijk aan Obelix denken, de dikke Galliër die in elk stripalbum wel ergens een menhir op zijn rug meesjouwt. Het bleek toepasselijker dan ik dacht: Carnac ligt precies in de streek waar Asterix en Obelix zich afspelen, en de menhircultus in die strips is regelrecht geïnspireerd op wat hier al eeuwen in de grond staat.

Alleen is de tijdlijn nogal grappig scheef. Asterix speelt zich af rond 50 voor Christus, ten tijde van Caesar. De menhirs van Carnac zijn dan al zo’n vijfenhalfduizend jaar oud. Voor de Galliërs uit de strip waren die stenen al even mysterieus en oeroud als ze voor ons nu zijn.

Even laten landen: Obelix zou, als hij echt bestaan had, net zo weinig geweten hebben over wie die stenen neerzette als wij nu.
Dat vond ik zelf al verbazingwekkend genoeg. Carnac telt meer dan drieduizend menhirs, opgesteld in lange, bijna kaarsrechte linies, en ze dateren van rond 4500 voor Christus. Dat is ouder dan Stonehenge, ouder dan de piramides van Gizeh, en gewoon: ouder dan bijna alles wat we associëren met “de oudheid”. Tegen de tijd dat de Romeinen er voorbijkwamen, waren deze stenen al net zo oud voor hen als de Romeinen nu voor ons zijn. Twee keer over.
Er zijn wel theorieën over waarom ze er staan:
- Een religieuze site, verbonden aan zonaanbidding of voorouderverering
Een soort kalender of astronomisch instrument, zoals men bij Stonehenge vermoedt - Een markering van geologisch actieve zones, omdat sommige rijen op breuklijnen zouden liggen
- Een lokale legende: versteende Romeinse soldaten, tegengehouden door Merlijn
Dat laatste is een verklaring achteraf, bedacht door mensen die net als ik door die velden liepen en iets wilden verzinnen. Wij mensen houden niet van onopgeloste raadsels, dus vullen we ze in met verhalen.
Sommige menhirs wegen tientallen tonnen, en die kreeg je zonder wielen of specialistisch gereedschap niet met een paar mensen rechtop. In werkelijkheid moet dit generaties lang gepland en volgehouden werk zijn geweest, met honderden handen tegelijk. In een periode die wij vaak associeren met primitieve samenlevingen.
Er moet dus een reden zijn geweest die al die moeite waard was. Maar welke? En dus riep ik tijdens de wandeling: Pourquoi? Pourquoi!? Pourquoi!?!