TWIL #83: Van Geel tot Bicêtre

De verrassende geschiedenis achter de naam Van Geel: een stad zonder psychiatrische hekken, en Parijs, waar patiënten tot 1800 aan de ketting lagen.
TWIL #83: Van Geel tot Bicêtre

Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.


Van Geel

Ik heet Van Geel met mijn achternaam. Dat betekent dus dat mijn voorouders ooit ergens uit Geel kwamen. Ik heb er nooit gewoond, ben er nog nooit geweest, maar de naam zet me wel aan het denken: wat voor plek is dat eigenlijk, Geel?

Ik wist één ding: de stad staat bekend om iets ongewoons met de geestelijke gezondheidszorg. Mensen met psychische problemen wonen daar al eeuwen gewoon bij gezinnen thuis, aan de keukentafel, als een soort extra huisgenoot. Geen instelling, geen hekken.

Maar waarom? Kennelijk gaat dat terug naar de 7e eeuw. Naar een Ierse prinses genaamd Dimpna.

Een vlucht die eindigt in de Kempen

Volgens de legende was Dimpna de dochter van een heidense koning. Toen haar moeder stierf, raakte hij zo overmand door verdriet dat zijn raadgevers hem aanraadden te hertrouwen, met iemand die op zijn overleden vrouw leek. Zijn oog viel op zijn eigen dochter.

Bron: Historiek

Dimpna, inmiddels christen geworden, vluchtte. Ze stak met haar biechtvader, een hofnar en haar min over naar het vasteland en kwam via Antwerpen terecht in een rustig bosgebied: Geel. Haar vader vond haar toch, doodde eerst haar biechtvader en onthoofdde daarna zijn eigen dochter. Ze was op dat moment een tiener.

Een gruwelijk verhaal. Maar het begin van iets heel anders.

Van martelares tot patroonheilige

Lokale bewoners begroeven Dimpna en haar biechtvader. Toen hun resten later werden teruggevonden, ontstond een verering rond het graf. Al snel gingen er verhalen rond over mensen die genazen van "waanzin" na een bezoek aan het schrijn. Dimpna werd heilig verklaard, als patrones tegen krankzinnigheid en epilepsie.

En toen begon de stroom.

In de middeleeuwen trokken mensen uit heel Europa naar Geel om te bidden bij het schrijn. Ze bleven vaak weken, voor een ritueel van negen dagen. De kerk en het gasthuis konden die aantallen niet aan. Dus namen gewone Geelse gezinnen de pelgrims in huis. Niet als systeem, gewoon omdat het moest.

Van toeval naar traditie

Wat begon als noodgedwongen gastvrijheid, groeide door de eeuwen heen uit tot iets waar eigenlijk geen ander voorbeeld van bestaat: gezinsverpleging als vast, georganiseerd principe. Vanaf de 16e en 17e eeuw kreeg het meer structuur. In de 19e eeuw nam de Belgische staat de organisatie over, met toezichthoudende artsen en vaste regels voor pleeggezinnen.

En dan komt het getal dat me echt deed stilstaan: eind jaren 1930 woonden er in Geel 3.800 patiënten, verspreid over gezinnen. Op een totale bevolking van 15.000 inwoners.

Bijna een op de vier mensen die je op straat tegenkwam, was dus een "gast".

Dat is geen voetnoot in een geschiedenisboekje, dat is een hele stad die zich structureel had ingericht rond het idee dat je gekte niet wegstopt, maar gewoon een plek geeft aan tafel.

OPZ Geel

Vandaag coördineert het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel het geheel. Gezinnen die iemand in huis nemen, worden zorgvuldig gescreend, krijgen professionele begeleiding en een vergoeding. Het aantal is flink gedaald: van duizenden rond 1900 naar ongeveer 120 gezinnen nu. Maar het principe staat nog steeds overeind, na meer dan 1400 jaar.

Gezinsverpleging begin 20e eeuw (https://www.standaard.be/media-en-cultuur/geelse-gezinszorg-erkend-als-cultureel-werelderfgoed/40758432.html)
Gezinsverpleging nu in geel (https://www.unesco-vlaanderen.be/unesco-in-de-kijker/nieuws/internationale-erkenning-voor-geelse-gezinsverpleging)

Sterker nog: in december 2023 erkende Unesco de Geelse gezinsverpleging officieel als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Niet als curiosum uit het verleden, maar als levend model dat de moeite waard is om te bewaren en door te geven.

Daarmee is Geel wereldwijd het oudste, nog altijd lopende voorbeeld van wat we tegenwoordig "community care" noemen. Zorg niet weggestopt achter een hek, maar middenin de samenleving. Een hele stad die al eeuwenlang, generatie na generatie, gewoon een stoel bijschuift.

Pinel en de kettingen van Bicêtre

Het kan ook heel anders lopen. In Parijs zaten psychiatrische patiënten letterlijk aan de ketting, vastgemaakt aan een muur. Tot eind 18e eeuw.

Kun je je dat voorstellen? Terwijl in Geel mensen met psychische problemen al eeuwenlang gewoon aan de keukentafel zaten, was hetzelfde probleem elders in Europa het antwoord: vastketenen, soms dertig, veertig jaar lang.

Ik las erover terwijl ik met het verhaal van Geel bezig was, en kon het bijna niet naast elkaar leggen.

Parijs had eind 18e eeuw kennelijk twee instellingen waar de stad dumpte wat niet in het straatbeeld paste: Bicêtre voor mannen, Salpêtrière voor vrouwen. Geen ziekenhuis, eerder een verzamelbak.

Bicêtre
Salpêtrière (https://www.artmajeur.com/fr/magazine/2-actualites-artistiques/offscreen-paris-2025-l-image-en-mouvement-au-coeur-de-la-salpetriere/339640)
  • Bicêtre: rond 4.000 mensen, waaronder criminelen, bedelaars en zo'n 200 als "krankzinnig" bestempelde patiënten
  • Salpêtrière: duizenden vrouwen, het grootste hospice ter wereld

In september 1792 drong een woedende volksmassa Salpêtrière binnen. Ze bevrijdden 183 gevangen prostituees. Maar 45 vrouwen die als geestesziek golden, sleepten ze juist aan hun kettingen de straat op en sloegen ze daar dood.

In die wereld werd in 1793 een arts aangesteld: Philippe Pinel.

Philippe Pinel (Study.com)

Pinel begon in Bicêtre, twee jaar later ook in Salpêtrière. Het verhaal dat hem beroemd maakte: hij liet de kettingen afhalen.

Maar het knapste deel van dit verhaal is niet Pinel. Het is Jean-Baptiste Pussin, bewaker van de afdeling met 200 mannen in Bicêtre.

  • Pussin was zelf ooit patiënt geweest, wegens een huidziekte, en bleef daarna werken
  • Hij zag dat patiënten rustiger werden zonder ketenen
  • Pinel vroeg om een rapport, en kreeg in feite een pleidooi voor een andere aanpak terug

Pinel luisterde. En paste zijn beleid aan op wat een ongeschoolde bewaker al jaren had gezien. De kettingen gingen er daarna geleidelijk af, niet in één dramatisch gebaar. Pas decennia later, dankzij een beroemd schilderij van Tony Robert-Fleury, werd het verhaal versimpeld tot hét startpunt van de moderne psychiatrie.

Philippe Pinel in Salpêtrière

Wat ik bijzonder vind, is het contrast met Geel. Daar was nooit een instelling om kettingen uit te halen, want daar was al eeuwenlang een ander uitgangspunt: neem iemand gewoon op aan tafel.

Maar Parijs was groot en machtig. Parijs had universiteiten, drukpersen en een revolutie die de blik van heel Europa naar zich toe trok.

Dus toen een Parijse arts in 1801 een boek publiceerde over een aanpak zonder ketenen, ook al bestond die aanpak elders al veel langer, werd dat boek hét startpunt van "de moderne psychiatrie". Niet per se omdat het idee daar ontstond. Wel omdat de stad waar het werd opgeschreven de macht had om te bepalen wat telde als geschiedenis.