TWIL #86: Van Waterzoon tot Naardermeer
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Vader en zoon Thijsse
Stel je twee mannen voor met dezelfde achternaam, hetzelfde obsessie-onderwerp, de Nederlandse natuu, en compleet tegenovergestelde missies. De één leerde Nederland verliefd worden op het landschap. De ander leerde Nederland dat landschap in bedwang houden. Ze waren vader en zoon.

Ik las deze week De Waterzoon van Eva Vriend, een strak essay (nog geen 65 pagina's) over precies die vader-zoonrelatie. Je zou het niet verzinnen als het niet echt gebeurd was. Hieronder twee profielen van de twee mannen die, ieder op hun eigen manier, bepalend zijn geweest voor hoe wij vandaag naar ons landschap kijken.Hieronder twee profielen van de twee mannen.
Jac. P. Thijsse: de man die Nederland leerde kijken

Jacobus Pieter Thijsse, voor vrienden "Ko", werd in 1865 geboren in Maastricht, als derde zoon in een gezin met vier kinderen. Hij werd onderwijzer, geen bioloog van professie, en dat bleek juist zijn kracht: hij kon uitleggen.
Wat ik niet wist: Thijsse werkte een tijd op Texel, en juist daar ontstond zijn schrijverscarrière. Op het eiland ontmoette hij Britse ornithologen, die hem op het idee brachten om zijn eerste publicaties over vogelwaarnemingen te plaatsen in het Britse vogeltijdschrift Hardwicke's Science Gossip. Terug in Amsterdam ontmoette hij zijn latere schrijfpartner Eli Heimans, en samen werden ze het beroemdste natuurduo van Nederland.
Een paar dingen die zijn naam blijvend maakten:
- De Verkade-albums — de spaarplaatjesboekjes die generaties Nederlandse kinderen kennismaakten met vogels, planten en landschappen.
- Het Naardermeer — toen Amsterdam er begin 1900 een vuilnisbelt van wilde maken, sloeg Thijsse alarm. Die strijd leidde tot de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten: nu simpelweg Natuurmonumenten.
- Schaal van zijn werk — in ruim vijftig jaar schreef hij naar schatting circa 45 boeken en zo'n 2000 artikelen.

Kortom: Thijsse was de man die Nederlanders leerde om een sloot, een duin of een stadspark met andere ogen te zien. Niet als "onkruid en ongedierte", maar als iets om van te houden.
Jo Thijsse: de zoon die het water juist wílde temmen

En dan zijn oudste zoon: Johannes Theodoor "Jo" Thijsse, geboren in 1893 in Amsterdam. Waar zijn vader de natuur wilde laten zíjn, ging Jo de natuur juist naar zijn hand zetten.
Jo werd ingenieur in Delft en bouwde zijn carrière rond water. Niet om ervan te genieten, maar om het te beheersen. Hij begeleidde voor Rijkswaterstaat in Duitsland een studie over waterlopen, en naar dat voorbeeld werd in Nederland het Waterloopkundig Laboratorium in Delft opgericht.

Zijn grootste projecten lezen als een lijst van Nederlands beroemdste strijd tegen het water: hij werd de wetenschappelijke man achter de Afsluitdijk en de Deltawerken.
Waar zijn vader beroemd werd bij het grote publiek, bleef Jo vooral bekend binnen zijn vakgebied. Toch is zijn invloed op het Nederlandse landschap minstens zo groot: zonder hem geen Afsluitdijk zoals we die kennen, en een andere aanpak van de Deltawerken.
Het interessante spanningsveld
Wat deze twee levens zo'n mooi contrast maakt, is dat ze niet zomaar verschillend zijn. Ze zijn bijna elkaars tegenpool, en toch allebei diep verbonden met hetzelfde thema: onze relatie tot de natuur.
- De vader: bewonder de natuur, bescherm haar.
- De zoon: begrijp het water, beheers het.
Beide opvattingen bestaan trouwens nog steeds naast elkaar. Denk aan de discussies over stikstof, biodiversiteit en klimaatadaptatie van nu. De vraag die Thijsse senior en junior allebei bezighield (In hoeverre mogen we ingrijpen in de natuur?) is springlevend.
De Waterzoon is een heerlijk essay om te lezen en neemt je mee in de mannen zelf, hun relatie, de keuzes en deels de gevolgen. Een aanrader om eens te lezen.
Hoe het Naardermeer Natuurmonumenten deed ontstaan

Terwijl ik las over Jac. P. Thijsse, viel me iets op: Natuurmonumenten bestaat dus eigenlijk dankzij één dreigend dumpplan voor een moeras bij Naarden. Dat vond ik te interessant om te laten liggen, dus dook ik er wat dieper in.
De aanleiding was heel praktisch:
- De vuilnisbelt van Amsterdam aan de Kostverlorenkade zat rond 1904 vol.
- De directeur van de Amsterdamse Stadsreiniging zocht een nieuwe plek en koos het Naardermeer.
- Er lag zelfs al een spoorlijn in de buurt, handig voor het vervoer van huisvuil.
Voor de gemeenteraad leek het geen moeilijke keuze. Een moeras vol riet en vogels tegenover een acuut plek-probleem: dat klonk als een koopje.
Thijsse dacht daar heel anders over. Samen met Eli Heimans en de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging schreef hij in 1904 een protestbrief aan de overheid, over de waarde van een van de rijkste moerasgebieden van West-Europa.
En toch won dat argument niet.
In december 1904 verwierp de raad het plan, met een verschil van slechts twee stemmen. Maar de doorslag gaf niet de schoonheid van de natuur. Het waren de kosten, de stank, en de vrees voor vervuiling van de Vecht. Thijsse pleitte voor natuurwaarde, de raad besliste op geur en geld, en toevallig kwamen ze op hetzelfde antwoord uit.
Het gevaar was nog niet voorbij, alleen uitgesteld. Dus Thijsse zette door:
- 22 april 1905: oprichting van de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten, in Artis.
- 1906: de vereniging koopt, met 65 leden en donateurs via obligaties, het Naardermeer zelf.
- Daarmee wordt het meer het allereerste officieel beschermde natuurgebied van Nederland.
- 1912: Thijsse schrijft de teksten voor de Verkade-albums, en het verhaal van het meer belandt in duizenden Nederlandse huiskamers.
Wat me is bijgebleven is dat verschil van twee stemmen. Geen glorieuze overwinning, maar een krap besluit dat net zo makkelijk de andere kant op had kunnen vallen. En de reden die het gebied redde, was niet de schoonheid waar Thijsse zo van hield, maar geld en stank. Natuurmonumenten bestaat dus eigenlijk bij toeval: omdat natuurbehoud en het tegenhouden van een vuilnisbelt die keer toevallig dezelfde kant op wezen.