TWIL #87: Van Cotwolds’ paden tot Stow
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Wandelen door andermans veld
Ik ben voor mijn werk naar de Cotswolds gegaan (een zwaar leven, ik weet het). Niet om een rapport te schrijven of voor een specifieke opdracht, maar om te voelen hoe een landschap zich presenteert met zijn eigen geschiedenis. Dat soort dingen lees je niet, dat moet je lopen.

Dus liep ik een stuk van Stow-on-the-Wold naar Bourton-on-the-Water, over de public footpaths waar ik het eerder al eens over had. Toen ging het over het recht zelf. Nu wilde ik het voelen.

Dwars over een veld, en op een gegeven moment zo een boerderij op, tussen de stallen door. Niemand die me tegenhield.
Ik wist al hoe dat recht is ontstaan: paden die eeuwenlang gewoon gelopen werden, tot de gewoonte wet werd. Die paden zijn vaak nog te herkennen aan hun vorm. Een oude Romeinse weg. Een kerkepad. Een holloway: uitgesleten paden naast velden. Je loopt letterlijk in een voor die duizenden voeten voor jou al hebben uitgesleten.

Een beetje alsof je iets doet wat niet mag, terwijl je in werkelijkheid in de voetsporen loopt van iedereen die je voorging.
Wat me deze keer vooral opviel: hier heeft alles een naam. Niet alleen de dorpen en de paden, maar ook de huizen, de velden, zelfs kleine stukjes land die wij gewoon "een wei" zouden noemen.



Ik ging uitzoeken waar dat vandaan komt, en het bleek diepere lagen te hebben dan ik dacht.
- Op het Engelse platteland bestonden huizen vaak al eeuwen voordat er systematische nummering kwam. Een huis heette naar de bewoner, het beroep, of een kenmerk van de plek: The Old Forge, Weavers House, Church Cottage.
- Huisnummering werd pas verplicht met de opkomst van de moderne posterijen, ergens in de 18e en 19e eeuw, en dan vooral in de stad. Op het platteland bleef de oude gewoonte gewoon bestaan, en mag een huis in Engeland tot op de dag van vandaag zonder nummer, zolang de naam geregistreerd staat.
- Ook velden hebben vaak eigen namen, en die zijn soms verrassend oud. Sommige komen rechtstreeks uit middeleeuwse landbouwsystemen: een "furlong" was letterlijk de lengte van een voor die een os kon ploegen zonder rust, en die naam kleeft nog steeds aan losse stukken land.
- Boeren en landmeters hielden dit soort namen eeuwenlang mondeling bij, tot de Ordnance Survey in de 19e eeuw begon met het systematisch vastleggen van elk veld, elk pad, elke naam, op de eerste echt gedetailleerde kaarten van Engeland.
Het maakt het landschap ineens minder anoniem. Een veld is niet zomaar grond die je oversteekt, het is een plek met een geschiedenis, een naam, iets wat ooit belangrijk genoeg werd gevonden om vast te leggen, eerst in iemands geheugen, later op een kaart.

Ik liep langs een naambordje dat ik meteen weer vergat, over een pad dat misschien wel dieper lag dan het veld ernaast, en dacht: wij benoemen in Nederland vooral wat groot is, een stad, een rivier, een polder. Hier benoemen ze ook het kleine, en hebben ze het bovendien opgeschreven voordat wij uitvonden dat dat nodig was.
Dat is denk ik precies wat ik voor mijn werk kwam voelen. Een landschap dat zichzelf al eeuwen vertelt, laag over laag, en een open pad dat je dwars door dat verhaal heen laat lopen, soms letterlijk een paar meter onder het maaiveld.

De deur van Stow
De uitvalbasis voor de verkenning van de Cotwolds is Stow-on-the-Wold. Een prachtige plaats. Stow zelf ligt hoog, op zo'n 240 meter, wat voor Engelse begrippen behoorlijk is. Die hoogte gaf het stadje eeuwenlang een strategische positie, op het kruispunt van maar liefst acht wegen. In de middeleeuwen groeide het uit tot een van de belangrijkste schapenmarkten van het land, met op het hoogtepunt tienduizenden schapen die op één dag over het plein werden verhandeld.

Maar het mooiste in Stow is toch wel te vinden bij de kerk. Twee oude taxusbomen groeien vlak naast de noordelijke ingang, en hun stammen buigen precies om de deur heen, als een natuurlijke poort. Het lijkt sprekend op de Doors of Durin uit The Lord of the Rings.

Niemand kan met zekerheid zeggen of dit Tolkiens inspiratie was, maar hij verbleef wel degelijk in deze streek, en dat idee alleen al doet iets met een plek.
Wist je trouwens dat het hout van de taxus eeuwenlang werd gebruikt om Engelse langbogen van te maken. Omdat de bomen op kerkgrond beschermd stonden, konden ze daar ongestoord doorgroeien tot dit prachtige resultaat.
Leuke weetjes over de Cotswolds
- De Cotswolds is het grootste "Area of Outstanding Natural Beauty" van Engeland en Wales, met een oppervlakte van bijna 800 vierkante mijl.
- De naam komt van "cot" (schaapskooi) en "wold" (open heuvelland). Dus letterlijk: schaapskooien op de heuvels.
- Er ligt een netwerk van meer dan 4.000 mijl aan droogmuurtjes zonder cement, ongeveer even lang als de Chinese Muur.
- De Romeinen kwamen hier al in 47 na Christus en bouwden onder meer de Fosse Way, een belangrijke noord-zuidweg, en de stad Cirencester, ooit een van de grootste Romeinse steden van Britannia. Van de weg is niets meer te zien… je moet nu vooral uitkijken voor de vele auto‘s terwijl je probeert over te steken.
- De lokale schapenras, de "Cotswold Lion", leverde eeuwenlang wol voor bijna de helft van alle Engelse laken. Na de Eerste Wereldoorlog was het ras bijna uitgestorven, tegenwoordig zijn er weer meer dan vijftig kuddes.
- The Porch House in Stow-on-the-Wold claimt Engelands oudste pub te zijn, met houtwerk dat teruggaat tot 947 na Christus, ooit onderdeel van een hospice bij Evesham Abbey. Het plafond is overigens behoorlijk laag, al helemaal voor een Nederlander van 1,93m.
En nu nog wat foto’s om je lekker te maken.






