TWIL #91: Van Keent tot Kootwijkse Boys
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Keent: symbool voor onze relatie met de rivieren
In Nederland gaat het de laatste tijd veel over water. Na een zomer met de laagste Rijnstand ooit bij Lobith praten we over droogte, hoogwater en ruimte voor de rivier. Hoe houden we genoeg water vast, en hoe houden we tegelijk droge voeten?
Ik zit daar zelf middenin. Ik werk aan een paar mooie projecten in de IJsselvallei en mocht onlangs wat onderzoek doen rond de Maas. Daar kwam ik een plekje tegen dat ik niet meer loslaat: Keent. Een gehucht in de buurt van Oss, in een bocht van de Maas die verdween. En daarna weer terugkwam.

Het begint op oudejaarsdag 1925. Na dagen regen en smeltende sneeuw breekt de dijk bij Overasselt door. Een dag later bezwijkt ook de dijk bij Cuijk. Van Nijmegen tot Den Bosch ligt alles onder water.


Foto's van de dijkdoorbraak in 1925 (niet specifiek bij Keent)
Er vallen geen doden, maar duizenden mensen raken hun huis kwijt. Het antwoord komt snel: de Maas moet rechter.

Tussen Grave en Den Bosch worden tien bochten afgesneden. Dat stuk rivier krimpt van 56,5 naar 37,5 kilometer en kan daarna bijna drie keer zoveel water afvoeren. Het werk valt midden in de crisis van de jaren dertig. Duizenden werklozen graven met de schop een nieuwe bedding, voor 30 cent per uur.

In 1938 is Keent aan de beurt. De oude arm wordt grotendeels dichtgegooid. Het dorp, dat altijd Gelders was geweest, hoort voortaan bij Brabant. Iets verderop overkomt het dorp Alem precies het omgekeerde: daar worden Brabanders ineens Gelderlanders.

Helemaal weg was de oude rivier nooit. Bij hoogwater werd Keent een eiland. In 1995 raakte het dorp afgesloten van de buitenwereld en moest het worden ontruimd.

Rond die tijd draaide het denken om: geen hogere dijken, maar ruimte voor de rivier. Bij Keent kwam de oude bocht terug. De arm werd over vier kilometer opnieuw uitgegraven, en akkers werden ruim 300 hectare natuur waar het water heen mag.

Die ruimte bleek meer te doen dan beschermen. Een rivier die buiten zijn oevers treedt, laat slib en zaden achter. Een rechte rivier heeft juist haast en schuurt zijn eigen bodem weg. De bodem van de Rijn zakt zo elk jaar zo'n twee centimeter, en dat merk je in elke droge zomer.
Eén bocht, steeds opnieuw bedacht.
Wat me altijd raakt, is dat niemand het in zijn eigen tijd fout deed. In 1926 stond het land onder water en zaten mensen zonder werk. Een rechte rivier was toen een goed antwoord. Na 1995 was de vraag een andere, en dus ook het antwoord. Nu kijken we weer anders. We weten meer over slib, over droogte en over wat een rivier zelf kan.
En over vijftig jaar kijken mensen terug op onze nieuwe geulen. Waarschijnlijk denken ze hetzelfde als wij nu over 1926: verstandig, voor hun tijd.
Kootwijk en de Coetwijcse Boys
In december gaan we een weekje naar de Veluwe. Dus zocht ik de omgeving van ons huisje op, op een kaart uit 1570. Ieder zijn vreemde hobby.

Steden zijn er torentjes, dorpen puntjes, en de namen staan er in een handschrift dat je half moet raden. Vlak bij ons huisje stond hij weer: Coetwijcse Boys. Ik had al eerder gezocht. Geen dorp, geen boerderij, geen verdwenen gehucht. Mijn beste theorie: dit moet de oudste voetbalclub ter wereld zijn!
Coetwijc kon ik wel plaatsen. Zo werd Kootwijk rond 1333 voor het eerst genoemd. Later volgden Kaetwick, Caetwyck en Koetwyk. Een koot was een huisje of kleine boerderij, een wijk een woonplaats. Kootwijk is dus het dorp met de kleine huisjes. In 1840 woonden er 66 mensen, vooral schaapherders.
Die naam verspreidde zich door de omgeving, en elke toevoeging vertelt iets over het land:
- Kootwijkerbroek: broek betekent nat, drassig land.
- Kootwijkerzand: een van de grootste zandverstuivingen van Europa, ontstaan doordat de heide eeuwenlang werd uitgeput.
- Radio Kootwijk: de zender uit de jaren twintig voor contact met Nederlands-Indië. Hij heette eerst Radio Assel, maar de roepnaam Kootwijk Radio bleef hangen. Het dorpje rond de zender kreeg zo zijn naam van een radiosignaal.
Alles had een verklaring. Behalve die Boys.
Tot ik deze keer verder over de kaart scrolde. Daar stond bij andere plekken niet Boys, maar Bois.
Bois. Frans voor bos.
Kaartmakers werkten vaak voor een internationaal publiek en gebruikten graag Franse termen voor het landschap. Boys is vast een oude, verbasterde spelling van hetzelfde woord. Coetwijcse Boys is dus gewoon het Kootwijkse bos. Mysterie opgelost, maar ik ben toch meer fan van de voetbalclubtheorie.