TWIL #92: Van Muraltmuur naar Byblos
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
Muraltmuur: gefaald erfgoed
De Oostdijk tussen Tonnekreek en Willemstad is een prima dijk. Leuk om over te fietsen, met een appeltaart in Willemstad in het vooruitzicht. Verder zie je er weinig. Het water. Schapen. En een onooglijk betonnen muurtje.
Een fietsmaat, waar ik regelmatig mee over deze dijk ben gefietst, stuurde me vorige week een tip over dat muurtje. Hij werkt bij het waterschap en had ontdekt dat die rij grijze betonplaten tussen paaltjes een Muraltmuur is. En kennelijk ook een rijksmonument.

Het idee voor de muur komt uit Zeeland, na de stormvloed van 1906. Geld was er niet, dus bedacht ingenieur De Muralt een goedkope dijkverhoging: een betonnen muurtje op de kruin, zodat de dijk niet breder hoefde. Tot 1935 verscheen er zo’n 120 kilometer van. In 1953 bleek goedkoop ook kwetsbaar. De meeste muurtjes verdwenen bij de dijkverhogingen daarna. Dit stuk bleef staan.

Waarom beschermen we iets dat niet mooi is én tekortschoot? Omdat erfgoed geen prijs voor goed design is. Een paar vragen helpen om te bepalen wat het verdient:
- Vertelt het iets wezenlijks over hoe we bouwden of keuzes maakten?
- Is het zeldzaam geworden?
- Is het nog gaaf en herkenbaar?
- Kun je het verhaal ook zónder het object vertellen?
De muur aan de Oostdijk scoort goed: drie kilometer vrijwel aaneengesloten, en hij vertelt over geldgebrek, vindingrijkheid en een gok met veiligheid die een halve eeuw goed ging, totdat het misging.

Lelijk? Misschien. Maar de volgende keer stoppen we even, vóór de appeltaart.
Byblos: de stad die het boek zijn naam gaf
Waar komt het woord "bijbel" eigenlijk vandaan? Niet uit het Hebreeuws, niet uit het Latijn van de kerk, maar uit een Grieks woord voor papyrus. Dat wist ik eigenlijk al, maar kennelijk is het papyrus weer vernoemd naar een stad: Byblos.

De Feniciërs noemden hun stad Gebal. De Grieken maakten er later Byblos van. En de Arabieren noemen het Jbeil, zoals het vandaag nog heet.
Hout tegen papyrus
Egypte had papyrus maar geen goed bouwhout. Libanon had ceders. Dus ging het hout via Byblos naar het zuiden, en kwam het papyrus terug.
Hoe dat ging, weten we uit een Egyptisch verhaal van rond 1100 voor Christus. Een priester, Wenamun, wordt naar Byblos gestuurd om cederhout te kopen voor een heilige boot. De koning laat hem flink wachten en onderhandelen. Bij de betaling die uiteindelijk uit Egypte komt: vijfhonderd rollen papyrus.

Via deze haven kwam het papyrus ook de Griekse wereld binnen. De Grieken noemden het materiaal naar de plek waar ze het kochten: byblos. Dat het riet eigenlijk langs de Nijl groeide, maakte niet uit. Byblos was waar je het haalde, dus zo heette het.
Een boek werd een biblion, meerdere boeken biblia. In het Latijn werd dat meervoud later als enkelvoud opgevat, en zo werd een verzameling boeken één Boek: de bijbel. Ook bibliotheek en bibliografie gaan terug op dezelfde haven.
Byblos maakte geen papyrus en schreef geen bijbel. Het was gewoon de haven waar het spul doorheen kwam. Maar soms is dat genoeg om drieduizend jaar later nog in vele boekenkasten te staan.