TWIL #93: Van Zwarte aarde tot Dust Bowl

Waarom heet Oekraïne de graanschuur van Europa? Over tsjernozem, de Holodomor en hoe Amerika in de Dust Bowl dezelfde zwarte aarde verloor.
TWIL #93: Van Zwarte aarde tot Dust Bowl

Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.


Zwarte aarde

Vrijdag stonden er bij de uitgang van de supermarkt vier Oekraïners. Ze zamelden boodschappen in voor het front. Ik deed vanzelfsprekend mee. Ze pakten mijn hand en bleven maar bedanken. Die dankbaarheid was zo groot dat ik er even niet goed raad mee wist.

Want eigenlijk zou het andersom moeten zijn.
Zij staan daar. Ik niet.

Op weg naar huis liep ik er nog mee rond. En ik besefte hoe weinig ik weet van hun land, behalve de beelden uit het nieuws. En één uitdrukking: de graanschuur van Europa. Wat betekent dat eigenlijk?

Dus ben ik dit weekend gaan lezen.

Het antwoord ligt in de grond. Tsjernozem: zwarte aarde. Na de ijstijd groeide er tienduizend jaar lang steppegras dat afstierf en half verteerde. Laag op laag.

Bron: World Atlas

Wat die grond zo bijzonder maakt:

  • Dik: soms anderhalve meter zwarte aarde
  • Rijk: tot 15 procent humus, tegen zo'n 4 in gewone grond
  • Zeldzaam: er zijn maar een paar zwarte gordels op aarde
  • Geconcentreerd: Oekraïne heeft er meer dan een kwart van!

Een kwart van de rijkste grond op aarde, in één land.

Op deze kaart zie je de verspreiding van deze bijzondere grond over de planeet. (bron: Wikipedia)

Wie dit land had, had brood. En wie brood had, had macht. Niemand begreep dat beter dan Stalin.

Rond 1930 moesten Oekraïense boeren hun land en vee afstaan aan collectieve boerderijen. Daarna kwamen quota: meer graan leveren dan er groeide. Wie een paar korenaren van een collectief veld opraapte, riskeerde jaren gevangenis. Brigades doorzochten huizen en namen alles mee, ook het zaaigoed. Wie wilde vluchten, vond de grenzen dicht.

In 1932 en 1933 stierven miljoenen Oekraïners van de honger. Ze noemen het de Holodomor.

Honger, op de rijkste aarde van Europa. Niet door misoogst, maar door beleid.

De oorlog van nu gaat niet om graan, maar om de vraag of Oekraïne zichzelf mag zijn. Toch raakt de zwarte aarde er opnieuw in verstrikt. Veel bezet gebied is landbouwgrond, en toen in 2022 de havens werden geblokkeerd, stegen de graanprijzen wereldwijd.

Ik moest steeds aan die vier mensen denken. Als je geschiedenis zo om graan en honger draait, zie je dat dan terug in hoe mensen leven?

Dat bleek zo te zijn.

  • Brood en zout: gasten worden van oudsher ontvangen met een brood met zout erop
  • Didoech: met kerst staat er een schoof tarwe in huis. De naam komt van het woord voor grootvader, want de schoof staat voor de voorouders
  • De vlag: de kleuren komen officieel uit oude wapens, maar bijna iedere Oekraïner ziet er een korenveld onder een blauwe lucht in

En in Kyiv staat een monument voor de Holodomor: een mager meisje met een paar korenaren in haar handen. Mensen leggen er brood en graan neer.

Brood is daar nooit vanzelfsprekend geweest.

Ik ben jaren geleden al eens in Oekraïne geweest. Wat me toen meteen opviel, was de warmte van de mensen. Je werd ontvangen alsof je er altijd al bij hoorde. Nu snap ik beter waar die warmte vandaan komt. En waarom een tas boodschappen bij de supermarkt zoveel dankbaarheid oproept. Als je volk weet hoe het is als een ander bepaalt wat er op tafel komt, dan is eten delen nooit zomaar iets.

Kom je zo’n inzamelactie tegen: doe iets in die krat. Het doet ertoe!


De Dust Bowl

Tijdens het lezen over de zwarte grond ontdekte ik dat er aan de andere kant van de wereld net zo’n gordel ligt: de Great Plains in Amerika. Dat zie je op de kaart die ik hierboven deelde.

Great Plains (bron: WTTW)

Dezelfde soort grond. Hetzelfde eindeloze gras erop, met wortels die meters diep gingen. En dat gras hield alles op zijn plek.

Tot de ploegen kwamen. In de jaren twintig was tarwe goed geld. Met nieuwe tractoren werd de prairie razendsnel omgeploegd. Het gras verdween, en daarmee het enige dat de grond vasthield.

Toen begin jaren dertig de droogte kwam, nam de wind het over.

In mei 1934 waaide er in twee dagen zo’n 350 miljoen ton grond van de vlakte, tot in New York en Atlanta. Schepen op de Atlantische Oceaan vonden stof op hun dek, honderden kilometers uit de kust.

En op 14 april 1935, Black Sunday, rolde een zwarte muur van stof over de vlakte. Een dag later had het gebied een naam: de Dust Bowl.

De gevolgen waren enorm:

  • Tegen 1935 was al meer dan 850 miljoen ton bovengrond weggewaaid
  • Tegen 1940 waren 2,5 miljoen mensen vertrokken, meer dan tijdens de goldrush
  • Honderden tot duizenden mensen stierven aan stoflongontsteking

En dan nog dit: in de zwaarst getroffen gebieden daalde de waarde van landbouwgrond met 30 procent. En die daling was blijvend. Boeren probeerden zich aan te passen, maar wonnen maar een kwart van het verlies terug. Het totale verlies was te vergelijken met landbouwgrond ter grootte van de hele staat Oklahoma.

De rijkste grond van Amerika, weggewaaid in een paar jaar. Voorgoed.

Daarna plantte de regering meer dan 220 miljoen bomen als windscherm, verspreid over 33.000 boerderijen van Texas tot Canada. Samen met nieuwe ploegmethodes werkte het: toen in de jaren vijftig opnieuw droogte kwam, bleef een nieuwe Dust Bowl uit.

Maar het verhaal heeft een wrange staart.

Veel van die bomen zijn inmiddels gekapt. Ze kosten akkerruimte, en de herinnering aan de stofstormen vervaagt. In Nebraska is meer dan de helft van de oorspronkelijke windsingels verdwenen. In 2017 ging zelfs de allereerste eraan, vlak naast het historische bord dat eraan herinnerde.

Het gevaar was zo goed bestreden, dat men vergat waarom die bomen er stonden.