members-only post

Mijn Buur de Natuur: van Groenbeheer naar Burenschap

Mijn Buur de Natuur: van Groenbeheer naar Burenschap

Achter mijn huis staat een eik.

Ik lig geregeld in het gras naar hem te kijken.
Niet om iets te doen. Gewoon, omdat hij er is.

Aan de voorkant staan ook bomen.
Er komt regelmatig een specht langs.
En een paar seizoenen lang woonden hier uilen.

Ik stond er nooit zo bij stil. Tot er plots een ploeg van de gemeente in de boom voor mijn huis hing.

Thuiskomen en dit zien. Je schrikt toch behoorlijk.

Ze gingen flink tekeer. Tak na tak ging eraf.
Zo veel, dat ik dacht: ze halen hem weg.

Dat deed iets met me.
Meer dan ik had verwacht.

De boom staat er nog. Maar één vraag bleef hangen: waarom schrok ik alsof er iets met een buur gebeurde?

Het antwoord is simpel.
Omdat hij dat is.

Een buur die niet van mij is

Die boom is niet van mij. Hij staat op grond van de gemeente. Andere bomen staan bij een buurman in de tuin. De specht is van niemand.

Toch heb ik er een band mee. Dat is geen zweverige gedachte, maar een nuchtere beschrijving van hoe wonen werkt. Die bomen bepalen het licht in huis, het geluid in de tuin, het moment waarop ik merk dat het herfst wordt. Ik zie ze vaker dan de meeste mensen in mijn straat.

Zo gaat het met buren ook.
Je kiest ze niet.
Ze zijn niet van jou.
Maar ze horen bij waar je woont. En als er iets met ze is, wil je het weten.

Daar bestaat zelfs een woord voor. De Australische filosoof Glenn Albrecht noemde het solastalgie: het onbehagen dat je voelt wanneer je vertrouwde omgeving verandert, terwijl je er gewoon nog woont. Heimwee zonder te verhuizen.

In mijn werk kijk ik naar hoe mensen een plek beleven. Een museum, een landgoed, een landschap. Nu ging het om de straat voor mijn eigen deur. En daar gold precies hetzelfde: een plek is nooit alleen wat er staat. Het is ook de band die mensen ermee hebben.

De boom heeft een nummer

Voor de gemeente is dezelfde boom iets anders.
Een object in een beheersysteem.
Met een nummer, een soort en een onderhoudsbeurt.

Dat is geen verwijt. Zo houd je duizenden bomen gezond en veilig. De mensen die in die boom hingen, weten er veel meer van dan ik. Goede kans dat die snoeibeurt precies was wat hij nodig had.

Het probleem was niet de zaag.
Het was de stilte.

Ik wist van niets. Geen briefje in de bus, geen kaartje aan de stam. Gaat de straat open, dan valt er meestal een brief op de mat. Komt er een evenement, ook. Maar de boom waar ik elke dag op uitkijk, kan van vorm veranderen zonder dat iemand iets zegt.

Daar zit de denkfout. We behandelen groen als inrichting. Als straatmeubilair dat toevallig groeit. Terwijl bewoners het ervaren als iets waarmee ze samenleven.

Wie alleen het object ziet, mist de relatie.
En wie de relatie mist, mist ook wat ze kan opleveren.

Wat Melbourne ontdekte

Melbourne gaf zijn tienduizenden stadsbomen een nummer en een eigen mailadres. Het idee was praktisch: bewoners konden zo een afgebroken tak of een zieke boom melden.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Abonneer om verder te lezen