TWIL #89: Van Waterstaatkerk tot Pos-bank
Elke zondag deel ik mijn TWIL (This Week I Learned). Hierin schrijf ik een paar dingen op die me die week zijn opgevallen. Een detail in het landschap. Een fragment uit de geschiedenis. Iets dat me even deed stilstaan.
De kerk die langs de dijkenbouwers moest
Vorige week zondag fietste ik met mijn zoon naar Waspik. Het doel was appeltaart, eerlijk is eerlijk. Maar onderweg bleven we staan voor een kerk die er niet uitzag als een kerk.
Geen spitse toren, geen gotische bogen. Wel zuilen, een driehoekige gevel boven de deur en een klein koepeltje bovenop. Meer Grieks tempeltje dan Brabantse dorpskerk.

Thuis ging ik zoeken. Het is de Sint-Bartholomeuskerk uit 1841, en het blijkt een waterstaatskerk te zijn. Waterstaat, van de dijken en de sluizen.
Twee eeuwen in de schuur
Om dat te snappen moet je ver terug. Tijdens de Opstand tegen Spanje gingen de kerkgebouwen naar de protestanten. Katholieken mochten hun geloof niet meer openlijk belijden.
Het werd oogluikend toegestaan, zolang het onzichtbaar bleef en er betaald werd. Zo ontstonden de schuilkerken en schuurkerken: van buiten een schuur, van binnen een kerk.


En zo ontdekte ik dat een woning, waar ik al jaren langsfiets, voorheen een Schuurkerk was. (bron: https://www.tijdmachinegilzerijen.nl/detailview.aspx?id=6605)
Pas toen de Fransen in 1795 kwamen, werden alle godsdiensten gelijkgesteld. In grote delen van Brabant kregen katholieken hun oude kerk terug.
In Waspik niet. Het dorp hoorde eeuwenlang bij Holland, en de middeleeuwse kerk is er nog altijd de hervormde.
Bouwen mocht dus weer. Alleen was er geen geld.
Waarom uitgerekend Waterstaat?
In 1824 kwam koning Willem I met een regeling. Het Rijk betaalde mee aan nieuwe kerken, maar wilde dan ook meekijken. Elk ontwerp moest worden goedgekeurd. Dat paste bij de man. Willem I bemoeide zich met alles, van kanalen tot kansels, en regeerde als protestantse koning over een land dat met België erbij vooral katholiek was.
En wie konden er rekenen en tekenen? De ingenieurs van Waterstaat. Dus keek iemand die verstand had van bruggen en kanalen ook naar je preekstoel.
Al snel uit de mode
In 1853 kregen de katholieken weer eigen bisschoppen. Met het zelfvertrouwen kwam een nieuwe smaak: de neogotiek, met torens die van ver te zien waren.
De waterstaatskerken vond men toen kaal en zuinig. Veel dorpen braken ze af en bouwden groter.
Waspik deed dat niet. De kerk staat er nog, met preekstoel, biechtstoelen en communiebanken uit de bouwtijd. Ze werd ingewijd op 4 oktober 1841, deze week bijna op de dag af 185 jaar geleden.



Diverse Waterstaatskerken (v.l.n.r. Nieuw-Beerta, Bovensmilde, Hengelo)
Leren kijken
Het woord waterstaatskerk onthoudt de ambtenaar en vergeet de schuur.
Het dorp vergeet niets.
De middeleeuwse kerk is nog altijd van de protestanten.
De kaart zegt Brabant, de kerken zeggen nog steeds Holland.
Dat is het mooie aan geschiedenis: ze staat gewoon langs de weg, te wachten tot iemand afstapt.
De heuvel die naar een bankje heet
Deze week was ik op de Posbank. Of eigenlijk: op het Herikhuizerveld. Want de Posbank is alleen maar een bank, zei iemand tegen me vlak voor de afspraak. Dat bleef hangen, dus zocht ik het uit. Diep zoeken hoefde niet. Ik ben vooral verbaasd dat ik dit nog niet wist.

Boven op de heuvel (de Posberg) bij Rheden staat een halfronde stenen bank (de Posbank). Die werd in 1921 onthuld als eerbetoon aan Gerard Adriaan Pos, een van de oprichters van de ANWB. Dat was toen nog een club van fietsers.
Op de bank is het volgende te lezen:
„G.A. Pos
tweede voorzitter en hooge consul van den A.N.W.B.
Toeristenbond voor Nederland
1893 – 7 mei 1918”
„Hij effende banen voor het vreedzaam verkeer tusschen de volken.
Duizenden bracht hij in en tot de natuur.
Den Nederlanders deed hij Neerlands schoonheid kennen, waarderen en liefhebben.”

Op de bank staat in steen wat hij deed: hij bracht duizenden mensen naar de natuur. Hieronder zie jede foto van de onthulling. Pos zit er zelf op, midden op zijn eigen bank, met zijn vrouw naast hem.
Al snel noemde iedereen de hele omgeving zo.


Mooi eigenlijk, dat we een heel gebied nu naar een bankje noemen.
En een bank is eigenlijk best een mooi eerbetoon. Een standbeeld vraagt of je naar de man kijkt. Een bank vraagt of je naast hem komt zitten en dezelfde kant op kijkt. Al kan ik het onderstaande bankje, wat ik tegenkwam in het Belgische Minderhout, ook wel waarderen.
