Struinsels #94: van Kleinste Stad naar Grootste Dorp
Staverden op de Veluwe kreeg in 1298 stadsrechten, maar niemand wilde er wonen. Den Haag was eeuwenlang het bestuurlijke hart van de Republiek, maar bleef officieel een dorp.
Staverden: de kleinste stad van Nederland
Deze week las ik over plaatsen die stadsrechten kregen, en ik dook er eens goed in. Voor het STAM in Gent had ik dat al eerder gedaan, en het blijft boeiend. Hoe belangrijk stadsrechten waren, en hoe steden daarna groeiden of juist krompen.
Een paar voorbeelden:
- Dordrecht kreeg in 1220 stadsrechten en is daarmee de oudste stad van Holland.
- Amsterdam was laat: pas rond 1300. Daarna ging het hard.
- Eindhoven kreeg in 1232 stadsrechten en bleef zeshonderd jaar lang een klein stadje. Pas met Philips kwam de groei.
- Reimerswaal was ooit een van de belangrijkste steden van Zeeland. In de zestiende eeuw nam de zee haar mee.
Ik moest denken aan hoe we daar vandaag mee omgaan. We geven plaatsen nog steeds titels: Brainport, Culturele Hoofdstad, Topregio. Mooie woorden op een bord langs de snelweg. Maar of een plek groeit, hangt zelden af van het bord. Eindhoven had zeshonderd jaar stadsrechten en bleef klein. Het werd pas groot toen er iets gebeurde wat mensen wél naar zich toe trok.
Een titel is dus geen garantie. Het kan alle kanten op.
Zo kwam ik ook de kleinste stad van Nederland tegen: Staverden. Bijzonder, want het ligt op de Veluwe, waar ik zoveel werk doe. En toch kende ik het verhaal niet. Dus dook ik erin.

Het begon met een Trumpiaanse ambitie.
In 1298 besloot graaf Reinald I van Gelre dat er tussen de heide en de bossen bij Ermelo een stad moest komen. Een grote, mooie stad. Met stadsrechten en al.

Er was alleen één probleempje. In de middeleeuwen gold een prachtige belofte: stadslucht maakt vrij. Wie in een stad ging wonen, werd na verloop van tijd een vrij mens, los van zijn heer.
Daar had Reinald weinig zin in.
In Staverden bleven de burgers gewoon van hem. En wie de Veluwe verliet, raakte alles kwijt: zijn bezittingen, en eigenlijk ook zichzelf. Hij viel helemaal toe aan de graaf.
Je raadt het al. Niemand stond te dringen. Een stad waar je minder vrij was dan op het platteland, zonder handel van betekenis: dat werd niks. Er kwam een hof, een watermolen en een handvol boerderijen. Meer niet.

Een paar weetjes die ik onderweg oppikte:
- Het recht om een stad te stichten kreeg Reinald al in 1291, van rooms-koning Rudolf van Habsburg. Het werd nog drie keer bevestigd, in 1295, 1298 en 1309. Vier keer op papier, nooit in het echt.
- Staverden heeft nooit een stadsmuur gehad. Er viel ook weinig te beschermen.
- Vanaf 1400 werd de hof in leen gegeven met een opvallende voorwaarde: de bewoners moesten er witte pauwen houden en pauwenveren leveren voor de helm van de hertog. De witte pauwen lopen er nog altijd rond.
- Er wonen nu nog zo’n dertig mensen. Je fietst er in een paar minuten doorheen, en dan heb je de hele 'binnenstad' gezien.
Stadsrechten waren geen kwestie van papier en zegel. Het was een belofte. Kom hier wonen, en je krijgt er iets voor terug. Reinald wilde de titel wel geven, maar niet de belofte. En dat was geen goed plan.
Wellicht is het tijd voor een Trumpiaanse triomfboog?
Daarna was de volgende gedachte in mijn hoofd natuurlijk logisch.
Als dit de kleinste stad is, wat is dan het grootste dorp?
Den Haag!?
Den Haag: het grootste dorp van Europa
Nou ja, het klopt niet helemaal, want tegenwoordig noemen we het gewoon een stad. Maar struin even met me mee door het verhaal.
Bij het jachtslot van de graven van Holland groeide een dorp: Die Haghe. En dat dorp bleef groeien. In de veertiende eeuw had het al alles wat een stad nodig leek te hebben:
- een eigen rechtbank
- een eigen vroedschap en bestuur
- volop handel
- een flinke lakennijverheid

Den Haag leek in alles op een stad. Alleen kreeg het nooit stadsrechten. En ook geen stadsmuren.
Eind zestiende eeuw werd het het bestuurlijke hart van Holland, en later van de hele Republiek. Stadhouders hielden er hof, gezanten kwamen er wonen, er werd Europese geschiedenis geschreven.


Het Hof van Holland.
En al die tijd was het, formeel gezien, gewoon een dorp. Het grootste dorp van Europa, werd er weleens gegrapt.
Het was uiteindelijk een Fransman die er een einde aan maakte. In 1806 werd Lodewijk Napoleon, broer van de keizer, koning van Holland. Hij riep Den Haag uit tot stad.
Eindelijk.
Sinds de Gemeentewet van 1851 maakt het juridisch niets meer uit. Dorp of stad, elke plaats is gewoon een gemeente.
Maar het verhaal is er alleen maar leuker op geworden. In Staverden wonen dertig stedelingen. In Den Haag een half miljoen dorpelingen, tenminste als je het aan de middeleeuwen vraagt.
En nu? Dorpen kampen nog steeds met wat Staverden overkwam: zes op de tien dorpskinderen vertrekken, voor werk, studie of liefde. Maar veel van hen willen terug, voor familie, voor rust, voor verbinding met het landschap waar ze vandaan komen. Als er tenminste een huis voor ze is. Misschien is dat de belofte die dorpen vandaag moeten doen. Geen stadsrechten, geen oorkonde. Gewoon: kom terug, er is plek voor je.